Brieven uit Ghana - 18 februari 2000 | ||
|
Hoofdpagina Ghana Informatie
Persoonlijk Wie zijn wij
|
Hier weer een berichtje uit Asankrangua. Maandagmiddag 14 februari zijn we hier na 8 uur reizen om half vier aangekomen. Hoewel het laatste stukje over stoffige zand- en grindwegen ging, vielen de wegen nogal mee. Dat vond zelfs onze chauffeur. Er zijn hier in december verkiezingen, en het schijnt dat de regerende partij stemmen probeert te winnen door snel allemaal infrastructuur te verbeteren. Och, wat de reden ook is, ze doen het, en dat is goed. Toen we aankwamen maandag werden we ontvangen door een vriendelijke maar wat verwarde Headmaster. Hij had ons pas dinsdagmiddag verwacht, en nu was ons huisje nog niet af. We werden zo lang ondergebracht in een gastenverblijf. Het was er nogal kaal, maar we konden douchen, eten en slapen. Inmiddels is, na wat pressie van de kant van de VSO chauffeur die weigerde weg te gaan tot wij in ons huisje zaten, alles op z'n pootjes terecht gekomen. Iedere avond halen studenten water voor ons uit de put, want stromend water hebben ze hier maar heel af en toe, en dan nog niet eens alle huizen. De stroom valt ook af en toe een paar uur uit, maar we hebben van VSO kaarsen en een kerosine-kookstel gekregen. (normaal koken we electrisch) Overigens hebben we nog helemaal niet gekookt, want tot en met zondag krijgen we eten van de school. Dit eten bevat wel ALTIJD vis, want dat eten ze hier zowieso heel vaak, en het is goedkoper dan vlees. Ik vind het (meestal) wel lekker, maar Mariska heeft het moeilijk. Gelukkig hebben we nog vitamine pillen, en er zit altijd rijst of yam (een soort aardappel) of gebakken banaan bij. Vanaf maandag gaan we zelf koken, en dan voorlopig geen vis meer. Maandag beginnen we ook met lesgeven. Mariska is de enige biologie lerares (zowieso de enige lerares) en gaat dus alle klassen die Science als keuzerichting hebben biologie geven. Ik ga vooralsnog alleen Integrated Science geven, maar vandaag heeft al iemand laten vallen dat ik ook zijn natuurkundelessen moet gaan overnemen. Integrates Science geef ik alleen aan de eerste klassen, en wel aan alle eerste klassen, maar het is nog steeds maar 9 perioden per week. De omgeving is erg mooi hier. Op het moment is het erg droog en stoffig, maar dat komt door de Harmatan, een droge wind die ieder jaar vanuit de Sahara komt aanwaaien en het droge seizoen bepaalt. Volgens de Ghanezen komt alles overigens door de Harmatan, van hoesten en verkoudheid tot diaree. Verder moet ik elke ochtend m'n schoenen even afstoffen, en is het onverstandig om op stoelen te gaan zitten zonder ze af te kloppen, anders loop je de hele dag met een roodbruine kont rond. Het was gister en vandaag sportdag, dus geen lessen. (Overigens had Paul, de PeaceCorps vrijwilliger, dat woensdag nog niet gehoord, waarmee we een redelijk beeld kregen van de informatiedoorstroming hier). De sportdag zag er erg gezellig uit. Rond het spelende team lopen de hele tijd groepjes studenten te marcheren/dansen en te drummen en klappen en zingen. Soms dragen ze vlaggen van het 'huis' op de campus waar ze wonen. Soms juichen ze ook gewoon zomaar, omdat ze er zin in hebben, zonder dat er iets bijzonders gebeurt op het veld. Ik kreeg zowaar zin om even een volleyballetje mee te slaan, maar het is niet echt gepast om je als leraar te veel met leerlingen in te laten. Leerlingen zijn ook heel onderdanig. De meisjes maken een knikje met de knieeen en buigen hun hoofd als ze ons begroeten, en de jongens tikken tegen hun denkbeeldige pet, als een soort militair saluut (minder strak hoor! gelukkig). Ze worden door de leraren ook steeds voor allerlei klusjes gestuurd, of bieden het zelf aan. Toen we aankwamen werden er zelfs drie jongens gewoon uit de klas gehaald om onze bagage te dragen. Voor het water hebben we inmiddels een vast groepje Form-1 meisjes, die iedere ochtend met emmers op hun hoofd komen aanlopen. We houden ze nog niet echt uit elkaar, al die zwarte gezichten met kort kroeshaar. Ze schrijven wel iedere keer keurig hun naam op, zodat geregistreerd wordt dat ze hun klusje gedaan hebben. Dan kunnen we vast oefenen met de namen. Langzaamaan worden ze al wat vrijer, het zou tenslotte wel leuk zijn als Mariska ze kan duidelijk maken dat je als vrouw ook iets anders kan bereiken dan huishoudster voor man en kinderen. Een 'meisjesclubje' is zeker een van de ideeen die we hebben voor een secundair project, en dan is het handig om ook buiten de klas wat contact met ze te hebben. Asankrangua, 19 februari 2000 Het is nu zaterdagochtend, en we horen al de hele morgen gezang en geklap uit het dorp. Of het een kerkdienst is of een traditionele begrafenis (die zijn altijd op zaterdag), geen idee. Kerkdiensten kunnen ze hier ook geen genoeg van krijgen. Iedere dag is er wel een, en ze duren vaak uren. Bovendien schijnen er ook enige tientallen kerken hier te zijn. We gaan morgen wel, naar de katholieke kerk. Kijken of ik het vol hou, drie uur lang! Het wemelt hier op het schoolterrein, in het dorp en in en rond ons huis ook van de beesten en beestjes. Overal scharrelen eenden, schapen en kippen. De schapen waren gister zo brutaal om over onze veranda te lopen, en er slapen al nachtenlang kippen op het hek van ons binnenplaatsje. Gisteren kwam een zekere Francis ze ineens ophalen en terugbrengen naar de eigenaar (de vorige bewoner van ons huisje). Mariska vond ze wel lief, maar dat kun je echt niet aan een Ghanees uitleggen. Hij pakte ze onder luid gekakel op en verdween weer met vier kippen onder zijn arm. Maar er zaten vanmorgen al weer nieuwe! Verder lopen er twee hele kleine poesjes om ons huis. We hebben ze Kwabena en Kofi genoemd, naar de Ghanese naamdagen dat we ze het eerst zagen (dinsdag en vrijdag). Vooral Kwabena is al een beetje aan ons gewend, waarschijnlijk omdat we geen steentjes naar hem gooien. Hij slaapt soms op ons binnenplaatsje, en we geven hem af en toe een restje vis, of een dooie kakkerlak. Hij is wel heel stoffig en zit waarschijnlijk vol luizen en vlooien, dus hij mag niet het huis in. De strijd tegen de kakkerlakken duurt nog voort. Op zich ben ik tegen insecticide, maar op deze viespeuken gebruik ik het graag. Ze zijn hier zo groot als m'n duim, en rennen 's avonds door de badkamer of verstoppen zich in kasten. Verder moeten we ons huis delen met een aantal grote, platte spinnen. Ze lijken in deze vorm geevolueerd te zijn om zich goed in de kieren tusen muur en plafond te kunnen verstoppen. Meestal zitten ze alleen maar stil, en soms zie je ze een enorme vlieg verorberen, dus we laten ze maar. En dan de mieren! Veel kleiner dan in Nederland, maar ook veel en veel meer! Ieder broodkruimeltje, rijstkorreltje of druppeltje ananassap weten ze te vinden en dan gaan ze er met z'n honderden rondjes om heen lopen. Een beetje irritant, want ze gaan ook in koffiekopjes en op snoepjes zitten, dus voor je het weet eet je mier. Dingen goed afgesloten bewaren en goed afwassen lijkt vooralsnog de enige oplossing. Gelukkig wonen er hier ook hele mooie insecten. Enorme libellen, grote sprinkhanen en allerlei soorten, soms felgekleurde kevertjes. Op weg naar het dorp komen we langs een vuilnisbelt, en daar zitten altijd een hele hoop gieren op. Ze hebben in het dorp ook open riolen, dus da's allemaal lekker fris. Rond het huis drentelen ook allemaal kleine kindjes van docenten. Mensen gaan hier ook heel anders om met kinderen. Ze worden als baby bijna altijd meegedragen door moeders. We hebben vrouwen zien schoonmaken met een baby op de rug, en in het kantoor van de accountant zit soms een vrouw borstvoeding te geven. Als ze kunnen lopen gaan ze met leeftijdsgenootjes spelen, en lijkt men zich niet zo veel meer van ze aan te trekken. Als je het leuk vind roep je ze bij je, en dan gaan ze wat Twi tegen je brabbelen, en als je ze irritant vind jaag je ze weg. Lekker makkelijk. Er woont een Nederlandse vrouw in het dorp, die getrouwd is met een Ghanees. Hun dochtertje, Ophelia, zit ook hier op school. (Sinds kort heeft de school namelijk ook een Primary School, zeg maar Basisschool). Het is een mooi klein halfbloedje, met grote ogen, van een jaar of zeven. Ze spreekt vloeiend Nederlands, en soms komt ze even langs om hallo te zeggen. We hebben al een aantal 'vrienden' (beetje moeilijk te zeggen na een week) op school gemaakt. Paul de PeaceCorps vrijwilliger is een logische bron van beginnersinformatie, en een sympathieke gozer. We hebben een scheikundeles van hem bijgewoond, en het is goed om te zien dat ook 'westerse' lesmethoden aanslaan. De andere lessen die we hebben gezien waren vooral 'aantekeningen dicteer lessen', of overschrijven van het bord. Een Ghanese uitzondering hier op vormt de Agriculture leraar (dat is hier een onderdeel van Integrated Science) Oboye Yankee, die zijn leerlingen zelf dingen uit hun omgeving liet opnoemen als voorbeeld van Tropisch Regenwoud vegetatie. Helaas was zijn tijdplanning erg belabberd, maar z'n ideeen zijn goed. Hij is hier ook al op de thee geweest en lijkt een aardige gozer. Ook de Accountant (Isaak Jacuba) is erg aardig, en wil ons graag Twi leren. Tenslotte is er de Supervisor of Studies (S.O.S.), een oudere man die erg slecht loopt, maar superbehulpzaam en erg lief is. Een van de schattigste dreutelkindjes die om ons huis lopen schijnt z'n kleindochter te zijn. De andere stafleden zijn ook erg behulpzaam, maar wat moeilijker te benaderen. De headmaster is altijd bereid problemen op te lossen en vraagt geregeld of alles naar wens is, maar hij is nogal autoritair. De Senior Housemaster heeft goed gezorgd dat ons huis in orde kwam en komt steeds langs om kleine klusjes te regelen, maar hij stelt zich erg onderdanig op, wat ons weer een beetje in verlegenheid brengt omdat hij in feite een hogere positie bekleedt. De Assistant Headmaster is het hoofd van het Science Department, en zou dus degeen moeten zijn met wie we veel te maken hebben. Tot nu toe gedraagt hij zich echter erg stug, en we zijn nog niet officieel aan hem voorgesteld. Hij loopt ook de hele dag met een zonnebril op, wat hem niet vriendelijker of makkelijker benaderbaar maakt. Nou, deze brief is wat lang geworden, maar er zijn ook zoveel dingen om te vertellen. Het lijkt ongelooflijk dat het pas iets meer dan twee weken is sinds we op Schiphol stonden; het lijkt al veel langer. Jullie brief kwam woensdag of donderdag aan, en heeft er dus krap twee weken over gedaan. Bedankt nog, het is heel leuk om ook van jullie goede berichten te horen. Het is grappig hoe je dingen hier toch met thuis gaat vergelijken, maar ook opvallend hoe prettig en 'thuis' ik me al voel in dit huisje. Veel sterkte allemaal, groeten aan iedereen en ook een knuffel van Maris. Liefs, Erik Met dank aan Rogier Min voor het intypen. |
|
|
Copyright 1999,2000 Erik Min, Mariska Leliveld Vragen en opmerkingen naar Mariska Leliveld | ||