|
Verhalen van Hein en Jettie Leliveld |
Een verslag van de reis naar Ghana van de vader en de moeder van Mariska.
Jettie en ik reizen op 7 december 2000 af naar Ghana. We overnachten de dag ervoor bij Patrick en Dominique. Patrick brengt ons in mijn auto naar Schiphol. We hebben 48 kg aan bagage mee en ook nog 20 kg aan handbagage. We hoeven niets bij te betalen We vertrekken om ongeveer 10.00 uur met British Airways van Schiphol naar Gatwick. In het kleine vliegtuig hebben we last van onze handbagage. In Gatwick moeten we twee uur wachten en stappen stappen vervolgens in een reusachtige Boeiing 777. We komen om 19.00 uur in Accra aan. Bij aankomst blijkt dat de twee voor Mariska en Erik gekochte Hamburgers door onze buurman? vanuit het bagagerek in het vliegtuig in zijn handbagage zijn gestopt. Hoe dan ook, de buurman was wel heel snel het vliegtuig uit en de hamburgers zijn verdwenen. Opletten dus met in bagagerekken rommelde passagiers. Ze kunnen zo jouw spullen in hun handbagage stoppen.
Op de vlieghaven van Accra moeten we eerst een uur wachten voordat we door de controle heen kunnen. Vervolgens halen we de bagage op en lopen via een, met een soort droefgeestig gaas, afgeschermde sluis de stad tegemoet. Mariska en Erik staan ons achter het gaas op te wachten. Zij zijn opvallend afgevallen, maar zien er blij en gezond uit. Veel bagagedragers en taxichauffeurs bieden hun diensten aan. Mariska en Erik onderhandelen over de taxirit. Men vraagt 22.000 cedis (is f. 7,-). Mariska vindt het teveel en neemt een andere taxi. Uiteindelijk rijden we voor 12.000 cedis. Ik heb meteen zoiets van, waar praten we over. In het hotel pakken Erik en Mariska de cadeautjes en andere aardigheidjes uit, lezen wat Sinterklaasgedichten en eten allerlei meegebrachte lekkere dingen op. We zijn allemaal gelukkig en gaan onder de klamboe en zonder dek (30 graden Celsius) naar bed.
Op 8 december ontbijten we in het hotel en gaan dan naar het VSO-kantoor om daar onze jassen en wat andere zaken te brengen die daar tot onze terugreis kunnen blijven. We kijken wat rond en sturen een e-mail naar het thuisfront. We wisselen 500 gulden voor cedis en krijgen en heel pak bankbiljetten (1,5 miljoen cedis).
Bij het lopen door Accra valt het op dat de wegen en de auto's slecht zijn. Ook blijken er voor voetgangers gevaarlijke gaten en goten langs de weg. Kijk dus uit waar je loopt is het devies.
Om ongeveer 15.00 uur stappen we in een stampvolle bus (ook het middenpad is met klapstoeltjes bezet) naar Cape Coast. De bagage wordt vooraf gewogen en er moet ook apart voor worden betaald.
We rijden op onverharde zand en gravelwegen. Tijdens de zeer hobbelige rit strijkt een mooie Ghanese dame over de huid en de haartjes van mijn linkerarm en zegt; "I like that"! Ik antwoord; "I like yours "en zei zegt; "Take it" Oei, oei. Ghanese mannen blijken geen haar op hun armen te hebben. Een blanke die naast je zit met witte armen met daarop ook nog haar is dus heel bijzonder.
De stad Cape Coast ligt aan de Golf van Guinee. Er zijn vanaf de kust op de oceaan heel wat vissers in roeiboten te zien.
We bezoeken in Cape Coast in de namiddag een oud slavenkasteel (verzamelpunt voor slaven voor afvaart naar Amerika). We horen dat er in Afrika in 300 jaar 25 miljoen slaven zijn verhandeld. Ze werden destijds onder erbarmelijke omstandigheden tijdelijk in de kasteelkerkers ondergebracht.
Op 9 december gaan we met een veel te hard rijdende taxi naar het nationale park Kakum. Het is een prachtig park met een interessant ontvangstcentrum. We worden rondgeleid door een Ghanese dame. In het park gaan we over enkele lange touwladderbruggen. Na de rondleiding drinken we kokosmelk uit een ter plekke met een hakmes open geslagen kokosnoot. Na het parkbezoek gaan we naar het "Hans Boothotel" voor de middaglunch. We zitten op een boven het water gebouwd terras. Eten lekker, drinken een Starbiertje en kijken of we de krokodil, die in het meertje moet zitten, kunnen zien. Nadat we hem hebben gelokt met een stukje kippenbout vertoont hij zich, zij het alleen met zijn snuit en ogen. We rijden terug met een taxi die ontzettend naar benzine ruikt. We besluiten halverwege uit te stappen en een andere taxi te nemen. Veel taxi's in Ghana zijn onveilig en rijden te hard vind ik.
Op 10 december gaan we er vroeg uit om met een trotro (oud busje waarin mensen en koffers en soms dieren worden gepropt) te vertrekken naar Assankrangwa. Eerst gaan we met een taxi over de goede kustweg naar Takoradi. Hier is het trotro-verzamelpunt. De trotro vertrekt pas wanneer die helemaal vol zit. Gelukkig hoeven we deze keer niet lang te wachten. Als je pech hebt moet je 4 of 5 uur wachten! Er wordt met de trotrobegeleider een prijs afgesproken van 10.000 cedis per persoon plus 5.000 voor de bagage. De reis duurt 4 uur. We zitten op de achterste bank van de afgeladen trotro. Ik vind dat ook deze chauffeur te hard rijdt op de vaak erbarmelijke wegen. We verbazen ons over de vele armoedige dorpjes waar we doorheen komen. We laten grote dikke stofwolken achter. Hier en daar stoppen we en kopen vanuit de auto en door het raam wat water en geschilde sinaasappels om uit te zuigen. Soms moet de trotro vol op de rem omdat er plotseling een erg langzaam rijdende en meestal overladen vrachtwagen over de weg puft. Af en toe zien we een vrachtauto met op de laadbak wel 40 mensen rechtopstaand. Om 15.00 uur komen we aan in Assangkrangwa. Iedereen in het dorp staart ons vriendelijk en nieuwsgierig aan. We nemen een zeer oude taxi om de zware koffers en andere bagage naar het huis van Erik en Mariska te brengen. De taxi start alleen met de vaart die hij krijgt, door van een heuveltje af te rollen (kapotte startmotor).
We bekijken het gezellige huisje en gaan ons vervolgens wassen in de badkuip en gooien daarbij met een pannetje water over ons hoofd. Vervolgens brengen we een kort bezoek aan de hoofdmeester van de school en aan een collegaleraar uit Amerika, tevens vrijwilliger (niet van VSO) Paul genaamd. Paul vertelt dat er een paar dagen eerder een leraar met een trotro is omgekomen. Ik word bevestigd in mijn onveilige verkeersgevoelens. We geven wat aardigheidjes. De bezoekjes zijn zeer hartelijk en ontspannen.
Het huis van Erik en Mariska is klein en knus. Gelukkig is er vandaag elektra. Ook stroomt er vandaag water uit de kraan. We filteren het door leerlingen van de school gebrachte bronwater om te drinken. Bij het uitpakken van de koffers blijkt dat we nog heel wat meer aardigheidjes en lekkernijen van vrienden en familie uit Holland mee hebben. We kletsen wat en gaan om 22.00 uur naar bed.
Erik en Mariska zitten in de examentijd en moeten morgen om 06.00 uur opstaan om op school examens af te nemen en te surveilleren.
Taxi onderhandeling
Je houdt een taxi aan of nog beter je reageert op een toeterende taxi die zijn diensten aanbiedt.
-Good morning. How are you?
-Fine, and you?
-I'm fine too, thank you.
-I want to go to the airfield. How much is that?
-12000 cedis? Oehhh that is too much. It is not a long distance. I thought a price of 5000 would be allright. Can you lower your price?
-Okay 10000?
-No that is still too much. I will give you 6000. I think that's a good price. 8000? No that is still too much. I wil give you 7000 that is my last price.
-Okay? Okay!
Dan stappen we in.
Op 11 december slaap ik flink uiit want ik ben aardig moe van het reizen. We eten s'morgens maïspap en Kari. We helpen met het nakijken van het hele pak ingevulde examenformulieren. Om 18.00 uur is het al donker. s'Avonds bezoeken we Isaac en zijn vrouw Corrie. Isaac is een wegenbouwer en handelaar. Hij heeft lang in Nederland gewoond. Corrie is een Utrechtse. Ze wonen al zo'n 5 jaar in Assangkrangwa. Isaac heeft een oude vuilnisbelt, die midden in het dorp lag, opgekocht, gelijk gemaakt en bestraat. Daarop bouwt hij nu een bar annex nachtclub zoals hij dat noemt. Het ziet er aardig uit maar ik ben benieuwd of het zal lopen. In het dorpje zijn er nu (nog) niet veel die een bezoekje aan een café kunnen veroorloven. Isaac wil graag wegen opknappen en vraagt mij of ik iemand (liefst een wegenbouwer) in Nederland kan vinden die hij voor een partnerschap kan benaderen. Hij beschikt over contacten om aan opdrachten te komen zegt hij.
Op de terugweg lopen we door het dorp. Het dorp bestaat uit kriskras door elkaar staande huisjes van leem met rieten daken. Tussen de huisjes lopen er hobbelige paden. In het dorp lopen veel kinderen tussen kippen, schapen, katten en honden. Het is druk in het dorp want de volgende dag is er een grote weekmarkt.
Ik zie iemand die voor zijn hutje een oude tv hij heeft gezet. Er zitten een stuk of 20 mensen omheen. Tegelijkertijd zie ik op die tv een stompzinnig Amerikaans programma waarbij een sportauto is te winnen als je een of ander "kulvraagje" weet te beantwoorden. Wat moet dat een wirwar aan gedachten veroorzaken in de hoofden van deze mensen.
Op 12 december kijken we weer examenvragen na en gaan we in de middag naar de markt. Het is er heel druk. Alles zit bij en door elkaar tussen de hutjes. Het is drukkend warm (40 graden Celcius). De warenwet zou goede zaken kunnen doen. Ik vind de vis en vleesproducten opvallen. We kopen het een en ander. We bezoeken de vriendelijke kleermakers Joseph en Old Man. Zij zijn beiden met Erik en Mariska bevriend.
Old Man biedt mij als welkomstgeschenk aan een shirt te maken. Hij neemt mijn maten daarvoor op. s'Avonds eten we een door Erik gekookte voedzame maaltijd, casave met biefstuk. Als nagerecht eten we gefrituurde plantainbananen. Het toetje staat me het meeste aan.
Op 13 december bekijken we met zijn allen de school en ontmoeten daar veel leuke mensen. We bekijken de lokalen van Erik en Mariska. Om 13.00 uur wordt het schooljaar officieel beëindigd met een afscheidsceremonie. We zitten tussen 25 leraren op het podium voor de ongeveer 300 leerlingen. We worden speciaal welkom geheten met een speech en applaus. Er wordt gezongen, en voorgelezen. Het is indrukwekkend. s'Avonds valt het licht in het huis uit en moeten we ons behelpen met kaarsjes. Buiten blijk je werkelijk geen hand voor je ogen te kunnen zien. Opvallend zijn de vele vuurvliegjes die je in kleine wolkjes hier en daar in de lucht ziet.
Uitkijken voor:
* Ronddraaiende plafondventilator bij het ophangen en afhalen van een klamboe.
* Te hard rijdende chauffeurs.
* Kuilen in het wegdek en gaten op de voetgangerspaden.
* Open goten als rioleringen langs de weg. Kijk altijd goed uit waar je loopt (vooral in de avond).
* Het geven van je adres aan jongelui. Je kan dan allerlei bedelpost verwachten. Ook is het mogelijk dat die mensen je dan onaangekondigd bezoeken in Nederland en bij je willen blijven wonen.
* Fout opgetelde rekeningen. Mensen kunnen nog niet zo goed rekenen en vergissen zich vaak (ook in hun eigen nadeel) bij het opstellen van de rekening. Ze vinden het prima als je de rekening even voor hen narekent.
* Dat je de mensen terug groet die jou (be)groeten. Als je het niet doet voelen zij zich beledigd.
Op 14 december bezoeken we het plaatselijke hospitaal en krijgen daar een rondleiding van de hoofdzuster. De hoofdzuster komt ons als we naar het ziekenhuis lopen toevallig tegemoet om te vragen of we eens naar de zonnepanelen bij het ziekenhuis kunnen kijken. De zonnepanelen blijken echter al 5 jaar stuk te zijn.
In het ziekenhuis valt het op dat de patiënten worden verzorgd door familie. De familieleden koken en overnachten op de gangen en buiten in de tuin. De verpleegkundigen doen alleen de medische ingrepen. Het ziekenhuis ziet er goed uit maar ik word er wel treurig van. Veel patiënten blijken te overlijden omdat medicijnen of apparatuur ontbreken.
Als we weer thuis zijn wast Jettie s'middags wat kleren. Als de kleren aan de waslijn gedroogd zijn, moeten de kleren goed worden gestreken. Er kunnen larfjes in de kleding tot ontwikkeling komen die later je lichaam binnen kunnen dringen. Door het strijken worden de eieren of larfjes gedood. Brr.
Op 15 december bekijken we de tuin en doe ik daarin wat klusjes. Ik maak met mijn digitale videocamera foto's en film ook het een en ander. Met Charles, de Ghanese sportleraar van de school, speel ik een paar uur tafeltennis. Ook doet er nog iemand van de administratie mee. We tennissen op twee aan elkaar vastgemaakte deurplaten. De afmetingen van de tafel zijn goed. De batjes en het netje zijn zeer slecht. Ik kan gemakkelijk alle partijen winnen.
Op 16 december vieren we Kerstavond bij Emma in het ziekenhuis in Assankrangwa. Er zijn nog twee andere VSO-ers (Donald en Susan) gekomen naar het huis van Erik en Mariska om kerstavond te vieren. We gaan om 18.00 uur naar het huis van Emma. Er zijn in totaal 12 personen uit diverse landen. Iedereen heeft landseigen of streekeigen producten meegenomen. We eten heerlijk van de Ghanese keuken, kip met yamspul. Daarna zijn er heerlijke toetjes. We praten drinken Starbier en hebben plezier. Om 22.00 uur gaan wij naar huis. De anderen blijven nog. We horen die avond buiten gezang en gaan even kijken. Er blijkt een vrolijke godsdienstige bijeenkomst te zijn met heel veel (ca 1000) mensen. Het ziet er zeer gezellig uit. Het lijkt wel een houseparty.
Op 17 december werk ik weer in de tuin, lezen we. Charles, Joseph en Old Man komen voor een bezoek langs.
Op 18 december ga ik bij Isaac de finalewedstrijd om de Afrikacup bekijken. De Hearts of Oak uit Accra en een Tunesische elftal spelen tegen elkaar. Ik zie op een heel matig tv-beeldscherm dat De Hearts winnen met 3-1. Na afloop van de wedstrijd raken spelers en toeschouwers slaags met elkaar. Daarna gaan we naar de kleermaker Old Man. Die heeft ons uitgenodigd om fufu te eten. Fufu is een met een dikke stok fijngestampte deegbal (cassave en plantain) overgoten met een sausje. Fufu is echt Ghanees voedsel. Het sausje over de fufu is dit keer een pindasoepje met daarop een ......vissenkop met uitpuilende oogjes. Voor het eten was je aan tafel de rechterhand in een gezamenlijke kom met water. Ieder van ons pakt vervolgens met zijn rechterhand een stukje deeg uit de schaal en sopt dat in de soep waarna het in de mond verdwijnt. Ik neem met heel veel moeite drie keer een stukje en slik het snel door. Ik schakel daarbij, met mijn bekende truc, mijn smaakpapillen uit maar moet toch bijna een beetje kokhalzen. De vissenkop blijft mij naargeestig aankijken! Ik maak me er zo elegant mogelijk vanaf door op te merken, dat ik wat meer tijd nodig heb om aan dit ontgetwijfeld voortreffelijke voedsel te wennen.
Lopend op weg naar huis zien we in de schemer een grote (2 meter) dikke slang voor onze voeten wegkronkelen.
Op 19 december bezoeken we in het dorp Samreboi een gigantische houtzagerij van tropisch hout. Het hout wordt ook verwerkt tot triplex en andere platen. We worden heel professioneel en onder begeleiding van de politie rondgeleid. Het bedrijf is van Zwitserse/Duitse en Ghanese eigenaren en werkt 7 dagen en 24 uur per dag. De rondleiding duurt de hele ochtend. Het bedrijf wekt zijn eigen energie op via verbranding van het afvalhout. Het bedrijf voorziet het aangrenzende dorp van elektra en water. De baas van het elektrastation laat vol trots zien dat de meters reageren op zijn ingrepen en schakelt als bewijs daartoe plotseling alle stroom van het dorp uit en even later weer aan! We horen dat de houtkap in het tropisch regenwoud aan zware regeringseisen moet voldoen. Een paar dagen later horen we van een zorgelijke Engelse professor dat er wel regels zijn maar dat die worden ontdoken als er met wat geld wordt gezwaaid. Principes zijn een luxe, zegt Erik!
Na de rondleiding zijn we uitgedroogd en drinken, na nog een fikse wandeling, veel water en cola. Na een uur voel ik wat scheuten in mijn maag. Thuisgekomen draag ik nog een zware computermonitor naar het biologielokaal. Maak ik samen met Charles nog L-Star foto's voor de www.l-starbigband.nl website (kijk eens op dit webadres). Daarna lopen Erik en ik nog naar het hospitaal om (vooralsnog voor de vorm) naar de zonnepanelen te kijken. Ik voel mijn maag opspelen en ben helemaal afgepeigerd. Bij thuiskomst zitten Joseph en Old Man bij ons thuis om mijn shirt te brengen en afscheid van ons te nemen. Ik bedank hen hartelijk en ga om ca 19.00 uur naar bed met een zere maag, zeer hoofd en totaal moe. De volgende dag willen we afreizen naar Kumasi. Zal dat nog wel lukken? Wonderwel ben ik de volgende dag weer fit. We maken om 06 uur alles klaar voor de reis naar Kumasi.
Wat zie ik?
* Oude taxi's waarvan de buitenbanden soms een tweede leven krijgen doordat ze weer aaneen genaaid worden bij reparatie.
* Tweedehands binnenbanden die in overvloed te koop zijn.
* Heel oude, handbediende benzinepompen en een benzineprijs van 40 cent per liter.
* Mensen die allemaal om 05.00 uur opstaan. De hele dag op straat leven en om 22.00 naar bed gaan.
* Ghanese gerechten en combinaties van gerechten met namen als Kenkey, Gari, Banku, Tufu, Casave en Plantain.
* Vrouwen en kinderen die over heel lange en eenzame wegen lopen met bossen gesprokkeld hout op het hoofd.
* Oude schoenen uit Europa die opgeknapt worden en weer ter verkoop worden aangeboden.
* Stevige sandalen die uit oude autobanden zijn gesneden.
* Oude, bedelende, invalide of blinde mensen die door een kind worden (be)geleid.
* Gezellige, uitbundige en goed bezochte kerkdiensten die minimaal 4 uur duren. Ze lijken op houseparty's.
* Gastvrije, niet opdringerige, vredelievende mensen.
* Prachtige, kleurrijk geklede mensen met vaak een kleine rituele besnijdenis op hun wang.
* Overal vrouwen en kinderen die sinaasappels te koop aanbieden. De sinaasappels worden bij de verkoop snel met een scheermesje geschild waarna je ze tegen de dorst kan uitzuigen.
* Relaxde mensen die met heel weinig tevreden zijn. Het is dus echt zo dat, hoe meer je ontvangt hoe minder je de waarde ervan ervaart?
* Sommige volwassen vrouwen en soms ook mannen die hand in hand lopen. Dat is heel normaal en een vorm van vriendschap en broederschap.
* Veel oude trotrobusjes met vaak Hollandse opschriften zoals "Bakkerij Hendriks" Lunteren en daaronder dan geschilderd bijvoorbeeld Jesus is my Friend.
* Een land met heel veel potentie. Veel grondstoffen die worden geëxploiteerd door buitenlandse bedrijven.
Op 20 december gaan we met een goede trotro en uitstekende chauffeur (ik heb hem daarvoor gecomplimenteerd en bedankt) naar Kumasi gereden. Daar boeken we bij het in het centrum gelegen Kingsway Hotel. We betalen daarvoor 140.000 cedis per nacht voor twee kamers. (ongeveer f 50,-). De kamers zijn groot hebben airco, maar stromend water is er meestal niet. We zien een grote zwarte dikke kakkerlak in de slaapkamer. Als er water is blijkt er veel bruin ijzer in te zitten.
De eerste dag in Kumasi kijken we even rond op de immense markt en gaan dan naar het eenvoudige dierentuintje. We mogen daar niet filmen tenzij we f. 7,- betalen. De entree voor ons vieren was in totaal maar f.5,-. De aanwezige Ghanese kinderen tonen weinig respect voor de dieren en plagen ze met steentjes en met stokken. Mariska spreekt hen verontwaardigd toe waarna ze het plagen (even?) laten.
Daarna gaan we naar het kunst- en cultuurcentrum met veel actieve wevers kledingververs, hout- en metaalbewerkers en pottenbakkers. Heel interessant vooral het arbeidsintensieve verven van Batikstoffen (eerst was aanbrengen). Menskracht kost kennelijk niet veel. Ik zie veel mensen die heel opgewekt maar niet efficiënt bezig lijken te zijn.
Kumasi is een grote handelsstad en kampt zelfs met fileproblemen. Vanuit de wijde omgeving trekt iedereen naar de stad om van alles te kopen en te verkopen. De trotro's zijn afgeladen vol met mensen goederen en dieren. Het is werkelijk verbluffend om te zien. Het verkeer beweegt zich chaotisch voort maar ik zie geen aanrijdingen. De taxi's zijn in deze stad duidelijk in een beter technische staat dan die in het westerse regiogebied waar we eerder waren.
De stad hangt vol met Afrikaanse geuren, stof en vaak ook walm van uitlaatgassen (er is geen APK). Het waait niet, dus de uitlaatgassen blijven lang hangen.
In de stad is alles te koop (ook redelijk luxe producten). De mensen beschikken echter over weinig geld. In de stad komen we in deze kersttijd ook verscheidene blanken tegen die voor deze kerstdagen wat meer vertier zoeken dan in het achterland is te vinden. Ik zie veel schoenpoetsertjes. Ook zie ik blinden, vaak onder begeleiding van een kind, bedelen.
Psion-ongeluk
Potjandorie nu heb ik mijn "mooie" verhaal in mijn handcomputer per ongeluk gewist. Ik was zo stom om bij een te lage voeding van de hoofdbatterij de backupbatterij eruit te pakken. Dit is mij op 21 december overkomen. Nu moet ik alles weer opnieuw intikken en in mijn geheugen graven. Maar ik ben ook mijn verzekeringscodes en al mijn adressen kwijt. Gelukkig heb ik daarvan thuis een backup. Maar daar heb ik nu niets aan.
Nadat ik in Kumasi nieuwe backupbatterijen heb gekocht blijkt dat die batterijen slechts een levensduur hebben van een dag. Gelukkig had ik nog een paar hoofdbatterijen dus daar moet ik het wel mee kunnen uithouden tot Holland. Als ik die hoofbatterijen maar niet los haal anders is het herhaling van ellende. Dus maar weer helemaal opnieuw beginnen met het verhaal.
Op 21 december gaan we na een eenvoudig ontbijt om 07.00 uur bij een naburig restaurantje, geld wisselen en lopen dan naar de British Councel en versturen daar wat e-mails. Daarna gaan we naar de kapper. Erik, Hein en Mariska worden gekapt en dat alles voor 36.000 cedis (is f. 15,-). Mariska is niet tevreden over het resultaat. Men heeft in Ghana heel veel moeite om haar van blanken te kappen. Men is kroeshaar gewend.
Daarna eten we in een aardig restaurantje "Windmills" genaamd. Het is ook vandaag weer smoorheet.
In de avond eten we in een heel chique Indiaas restaurant. Heerlijk.
Op 22 december gaan we uitgebreid naar de markt. In Kumasi is de grootste markt van West Afrika. We bezoeken ook het kasteel van de Asanthi-koning en in de buurt van het academisch ziekenhuis het Heilige Zwaard. s'Avonds rijden we met een taxi naar een luxueus restaurant en eten daar heerlijk chinees. De portie's zijn veel te groot. Er blijft dus helaas veel over. Morgen reizen we vanaf 17.30 uur gedurende 10 uur in een ongetwijfeld afgeladen bus naar Bolgatanga in het noorden van Ghana. Ondanks dat er geruchten zijn over op handen zijnde verkiezingsonlusten in het noorden hebben we toch besloten naar het noorden te gaan. We hebben veel Ghanezen gevraagd naar hun verwachtingen en hoorden steeds dat er geen onlusten waren te verwachten bij de tweede stemming voor een nieuwe president (28 december).
We willen ook enkele dagen, mits we een visum kunnen regelen, naar Burkina Faso reizen.
Op vrijdag 23 december bezoeken we in de morgen een dorpje dat bekend is om het Kente handweefwerk. Helaas zijn de mensen hier behoorlijk opdringerig. Dat komt doordat hier veel bussen met mensen naar toe worden gesleept. Erik koopt, na stevig onderhandelen, een mooie strook Kente voor 70.000 cedis. Daarna gaan we geld wisselen en pinnen. De uitgaven zijn in Ghana telkens klein maar tellen toch wel op. Ik schat dat we per dag met z'n vieren ongeveer f. 150,- kwijt zijn. Dat is dan voor eten, reizen en overnachten. Bij het pinnen op de Visakaart is het maximum wat we kunnen krijgen een stapel van 200.000 cedis. Dat is f. 70,- waar later ook nog eens f. 10,- voor het wisselen voor moet worden bijbetaald. Dat schiet dus niet op. We wisselen ook nog Nederlands geld (koers 2.800 cedis voor een gulden). We hebben weer dikke stapels geld. Het grootse biljet is 5000 cedis, ongeveer f. 1,80-
Na een goede middagmaaltijd in Baboo's restaurant, waar we een interessant gesprek hebben met de Indische eigenaar, gaan we naar de STC-bus. De bus vertrekt om 18.00 uur en zit meer dan afgeladen vol. Het middenpad is helemaal bezet. Ook alle beenruimte is volgestouwd met dozen, zakken en emmers met kerstinkopen. Kleine kinderen mogen gratis mee op schoot, dus daar zijn er ook zo'n 20 van in de bus. In totaal tel ik 80 personen in de bus. Het inladen is hectisch. De reis duurt met een paar korte stops, waarbij iedereen over en door elkaar naar buiten klautert, tien uur dus tot 04.00 uur in de nacht. De wegen zijn redelijk maar sommige stukken zijn onverhard. Ik kan niet slapen en kan de hele reis mijn benen niet kwijt. We hebben het ook deze keer overleefd. We kunnen nu overal tegen, zegt Jettie. Bij de aankomstplaats in Bolgatanga regelt Mariska een taxi die ons naar het Black Star Hotel in Bolgatanga (afgekort Bolga) brengt. De taxi is echt totaal gammel maar rijdt.
Bij het hotel zijn er geen 2 tweepersoonskamers. Daarom nemen Hein en Jettie ieder een eenpersoonskamer maar kruipt Jettie toch om ca 04.30 uur bij Hein in bed. Om 10.00 uur horen we Mariska en Erik. Die hebben inmiddels een andere kamer voor zichzelf en voor ons geregeld. Hun kamer had een gezamenlijke badkamer die met de buurman moest worden gedeeld. Onze kamers zijn redelijk mooi en voorzien van stromend water bad (zonder douche) en een airco. We ontbijten heerlijk en gaan daarna betalen (135.000 cedis voor twee kamers per nacht (is ongeveer f. 55,-) uitpakken en inrichten.
In het noorden van Ghana is het armoediger maar de infrastructuur is toch beter dan waar we tot heden zijn geweest. Er wordt hier meer internationale ondersteuning gegeven. Hier blijken ook de meeste ontwikkelingswerkers te werken. Er groeien hier alleen yams en uien. Het is (drogend) warm met ruim 40 graden Celcius.
Op de middag van 24 december wandelen we wat rond in Bolgatanga. Het is snikheet en het valt op dat we hier veel vaker worden aangesproken door bedelaars en kinderen om wat te geven of om wat van hen te kopen. De stad ziet er redelijk goed uit in vergelijking tot bijvoorbeeld Assangkrangwa maar er is toch meer armoede vermoed ik.
We eten in een niet zo'n chic moslim tentje. Daarna gaan we naar het hotel en rusten wat waarna we met elkaar wat kaartspelletjes doen in de inmiddels door Mariska en Jettie met kerstspullen versierde hotelkamers.
Om 22.00 uur willen we naar de nachtmis gaan. Beneden in het hotel is er echter een soort van disco. Het is er erg druk en we kunnen er nauwelijks uit en later meer in vrezen we. We zien verscheidene Ghanese bewakers met mitrailleurs! We besluiten bij de disco te blijven en drinken Bubra tapbier. Een Ghanees troggelt me 2.000 cedis af omdat hij twee vrije stoelen voor me regelt. De disco is een heftige, luidruchtige aangelegenheid.
Op maandag 25 december gaan we met een taxi naar Paga aan de grens van Burkina Faso. Het is weer snikheet. We bezoeken de heilige krokodillen en offeren een levend kippetje. We worden daarna zeer gastvrij door een Ghanese man rondgeleid in zijn dorpje en we bezichtigen zijn lemen huisjes. De vrouwen in het dorp wonen in ronde huisjes. Er loopt een grote gezonde kudde koeien en ossen rond. De dieren drinken in de grote krokodillenplas en grazen in het achterland.
Mariska en Erik informeren of we een visum kunnen kopen om enkele dagen Burkina Faso te bezoeken. Dat blijkt te kunnen voor f. 30,- per visum.
Op de terugweg koopt onze taxichauffeur langs de weg drie parelhoenders voor 33.000 cedis.
We gaan vanavond in ons hotel proberen een lekkere kerstmaaltijd samen te stellen en te gebruiken. We genieten van een eenvoudige doch voedzame kerstmaaltijd. De tafel hebben we mooi gemaakt met kerstversieringen uit Nederland. De bediening vindt het allemaal prachtig. We maken een paar foto's. Helaas is er die avond weer een zeer luidruchtige disco (die tot 03.00 uur doorgaat). Erik belt die avond naar zijn ouders. Zelf krijgen we geen verbinding op ons eigen nummer en het nummer van Patrick.
Op tweede Kerstdag bellen we met Patrick maar we komen op zijn antwoordapparaat uit. Ik spreek het een en ander in. Met een taxi rijden we dan naar het dorpje Tongo, een heuvelachtig dorpje met veel hoge en prachtige steenpartijen. We maken onder begeleiding van een gids een wandeling inclusief stevige klauterpartij. Er cirkelen meer dan 10 vragende en diensten aanbiedende kinderen om ons heen.
We gaan met de op ons wachtende taxi terug. De taxichauffeur (zelfde als de vorige dag, daarom zijn we nu broeders) heeft even gerust in de schaduw. Dat komt hem wel goed uit want hij zit in de Ramadan en mag dus van zonsopgang tot zonsondergang niet drinken.
We tellen ons geld om te bezien of we nog wat geld moeten regelen voor ons vertrek naar Burkina Faso. Met de kerst, de verkiezingen, Nieuwjaar en het einde van de Ramadan zijn de banken waarschijnlijk dicht. We moeten geld wisselen voor Burkina Faso. Erik en Mariska gaan naar de stad om te kijken of ze daar CFA's (Burkina Fasogeld) kunnen kopen. Het blijkt dat de banken vandaag dicht zijn. Erik spreekt een betrouwbaar uitziend persoon aan. Die man blijkt een hoofd van een school en hij kent ook de VSO-organisatie. Erik vraagt de man of hij aan CFA's kan komen. De man brengt Erik en Mariska naar een handelaar die hen vervolgens voor ongeveer 60 gulden CFA's verkoopt. Als we in de avond terug willen komen heeft hij er nog meer zegt de handelaar. We gaan er s'avonds heen met zo'n 500.000 cedis, een heel pak. We krijgen er 50.000 CFA's voor terug. De briefjes zien er wel heel erg nieuw uit zodat we vrezen dat ze vals zijn.
We gaan vervolgens heerlijk eten in een gezellig restaurantje (Comme Ci Comme Ca) wat we na een lange wandeling over donkere weggetjes vinden. Daarna kaarten we het spel wat Erik steeds beter gaat beheersen (een soort jokeren). Hij neemt er wel het meest tijd voor maar wint al voor de tweede keer.
Op 27 december reizen we om 06.00 uur met een taxi richting de grens van Burkina Faso. Daar is het een heel gedoe om vervoer te krijgen voor een schappelijke prijs. We worden in een zeer oude Peugeot 504 gezet waarna ze ons zeggen dat er nog 5 mensen bij moeten tenzij we voor hen betalen als we alleen willen blijven. Dat vinden we te gek. Plotseling wordt ons een trotro aangeboden en zitten we redelijk ruim. De visa kostte per persoon dertig gulden. De bureaucratische rompslomp slaat werkelijk alles. Een uur lang is een man er in zijn eigen boeken in onze paspoorten en op aparte invulformulieren druk mee. Onze paspoorten worden vol met stempels gezet en voorzien van veel handtekeningen. Bij het wachten wil ik een foto maken. Dat is helemaal verkeerd. Ik moet er nederig mijn excuses voor aanbieden. Mijn hand wordt afgehakt als ik het nog eens zou doen werd "lachend" opgemerkt.
Na ruim een uur rijden we richting Ouagadougou. We doen over de 147 km ruim 4 uur. De weg is redelijk goed. De natuur lijkt in dit gebied wat groener. De eerste 10 kilometers worden we 6 keer door politieposten gecontroleerd. Bij een van de politieposten moet alle bagage uit de auto en van de auto af gehaald worden en naar een overkapping worden versleept. Niemand kijkt naar de bagage om. Vervolgens rijdt de auto 30 meter vooruit en kunnen we alles weer inladen en opladen. Nutteloos dus.
Na ongeveer drie uur rijden komen we om 17.00 uur aan op de grote markt in de hoofdstad Ouagadougou. Direct dringen er tien taxichauffeurs hun diensten op. We hebben gekozen voor hotel Delwinde maar weten niet hoever of hoe duur de reis er naar toe zal zijn.
We moeten hier Frans spreken en dat valt even niet mee. Uiteindelijk kiezen we voor een taxi die een "redelijke" prijs rekent: 1.000 CFA's (is ongeveer f. 3,50).
Het hotel ziet er goed uit. We kiezen niet voor airco want daar krijg ik flink pijn van in mijn neus (droger dan droog). We eten kip met patat. De vooraf geserveerde stokbrood wordt vooral door Erik en Mariska in no time verslonden. We maken grappen omdat Erik al onze kippenboutjes nog nakluift. Hein blijkt het meeste vlees aan de botjes te laten zitten. Erik ontpopt zich in de vakantie als een groot en veelzijdig eter. Mariska eet ook goed.
Daarna spelen we nog het soort joker met winst voor... Jettie deze keer.
Op 28 december verkennen we de stad, na een Frans ontbijtje met lekkere croissants. De markt vlakbij ons hotel is overdekt. De kooplui zijn behoorlijk opdringerig. Er wordt door kinderen maar ook ouderen gebedeld. We bezoeken het nationale museum. Helaas is er een verbouwing gaande.
Vandaag blijkt het een moslim feestdag te zijn en daarom zijn er veel winkels dicht. De stad ziet er behoorlijk geordend uit. Er zijn heel wat grote en mooie gebouwen. Het verschil tussen arm en rijk is groot. We bezoeken een Duitse bedrijf die safarireizen organiseert. We kunnen met zijn allen drie dagen op safari voor ongeveer f. 1000,-. We hebben hier echter geen tijd voor vanwege de plannen die we nog in Ghana moeten uitvoeren.
In de middag gaan we heerlijk zwemmen bij een hotel in de buurt van de ambassadewijk. Jettie heeft geen zwampak mee en moet een zwempak huren. Het wordt haar niet toegestaan met een soort korte broek en blouse te zwemmen. In de avond eten we bijzonder lekker bij een nonnenklooster. Dit blijkt het beste kerstmaal bij een heel mooie en stemmige entourage. Dit alles voor maar f. 100,- voor vier personen.
Op 29 december willen we na een ontbijt met zeer sterke koffie geld gaan wisselen. Het blijkt dat we hier moeilijk travellerscheques kunnen inwisselen. We moeten toch het nodige geld hebben want er komen weer diverse feestdagen aan. We willen morgen terug richting Ghana. Het lukt ons uiteindelijk na een omzwerving in de ambassadewijk om bij de Ecobank 200 dollar op te nemen. We moeten daar ook nog 6 dollar voor betalen. We pinnen ook nog CFA's. Daarna eten we bij een Italiaans restaurant en bezoeken het kunstenaarscentrum en kopen daar wat souvenirs. We lopen terug over de zeer drukke markt en betalen onze hotelrekening (ca f. 70,- per nacht voor twee kamers).
Vandaag blijken er minder agressieve bedelaars en verkopers. Maar het zijn er toch duidelijk meer dan in Ghana. Geef de kinderen die geld vragen geen geld is het advies. Anders gaan de kinderen misschien niet meer naar school. Geef liever geld aan de moeders.
Alles in Burkina Faso is ongeveer 2 maal zo duur als in Ghana.
Morgen reizen we af naar Ghana. Dus eerst weer naar Bolgatanga en dan naar Tamale.
Op 30 december staan we om 06.00 uur op. Kopen wat broodjes en gaan met een taxi naar het busstation. De taxi is zeer oud. De deuren gaan moeilijk tot niet open. De ramen zijn stuk en de achterklep moet omhoog gehouden worden met een stang. We arriveren bij het station en kunnen na een half uur al weg met een zeer oude bus die wel goed rijdt. Het is weer stevig onderhandelen over de prijs van de bagage. We worden weer regelmatig gecontroleerd. Ongeveer 15 km voor de grens komen er bij enkele stops wel tien geldwisselaars binnen die CFA's willen kopen en cedis willen verkopen.
We moeten onze CFA's kwijt en onder wilde omstandigheden wisselt Erik voor ongeveer 150 gulden aan CFA's in voor cedis. Bij de Ghanese grens worden we zeer verrast. Jettie en ik hebben een single visum voor Ghana. We hadden Ghana wel mogen verlaten maar mogen er nu niet meer in. We moeten maar terug naar Ouagadougou en daar bij de ambassade papieren regelen zegt de grenswachter. Dat betekent dat Jettie en ik weer 4,5 uur moeten terugreizen en alle feestdagen moeten doorbrengen in Burkina Faso om dan op 2 januari de papieren te regelen bij de ambassade. De spanning wordt opgevoerd waarna we plotseling apart worden genomen in een andere kamer. De douaneman zegt: "What can I do for you and what can you do for me"? Het is duidelijk. Hij wil geld, dan maakt hij het in orde. Hij zegt dat het ons normaal 200 dollar zou kosten. We maken het af met 200.000 cedis (is ongeveer 70 gulden). Dat was zweten.
Mariska zegt dat zij al enkele dagen wist dat dit kon gebeuren. Ze was er in Burkina Faso achter gekomen, maar had toch maar niets gezegd. Ze had er al een paar dagen buikpijn van zegt ze. Aan de grens wisselen we bij een duister type 100 dollar voor 650.000 cedis. We gaan met een taxi naar Bolgatanga en eten daar een vaag hapje (ik hou het bij brood en een stuk meloen) en nemen daar een trotro. In de stampvolle trotro komen we na 4 uur reizen aan in Tamale. We komen op een zeer druk trotro-station aan en nemen een taxi naar het prachtige hotel Tohazie Limited. Kamers met airco en dat alles apart in huisjes gelegen. We betalen maar 132.000 cedis (f. 45-) voor een nacht voor 2 kamers. Toch hebben we ook hier geen stromend water maar de rest maakt alles goed. We eten in het hotel een eenvoudige maaltijd. Elf uur reizen, een lange warme én spannende dag is ten einde.
Op 31 december pikt een klein vrachtautootje ons spontaan bij het hotel op en brengt ons naar het trotro station. Ik zit buiten en achter op de laadbak en film. Erik en Mariska regelen wonderwel snel een trotro naar Larabanga. Vandaar moeten we nog zes kilometer lopen naar het hotel in het nationaal park Mole. De trotro was meer dan overvol. Toen we dachten dat er echt niets meer bij kon werden er onderweg nog vijf mensen met bagage bijgepropt. Zo zitten er meer dan 25 personen in de trotro die in Nederland hooguit 10 personen zou mogen vervoeren.
Bij het lopen naar het hotel geven we een deel van onze bagage mee met een fietser die bereid is om voor 7.000 cedis de zware koffer naar het hotel Mole te brengen.
We boeken een kamer voor 4 personen.De kamer is ruim maar eenvoudig ingericht. Er is een balkon dat uitkijkt over het nationale wildpark Mole. Het valt op dat er in dit gebied veel branden zijn geweest. Men zegt dat die worden aangestoken door stropers. Hierdoor kunnen ze het wild makkelijker bemachtigen. De afgebrande vlakten zien er mistroostig uit.
Op oudejaarsavond kaarten we bij het restaurant. Een groepje Engelse jonge meiden doet jolig maar verder is het een heel rustige bedoening. Om 23.30 uur wordt de stroom uitgeschakeld. Normaal gaat de stroom al om 23.00 uit, maar voor oud en nieuw zou de generator tot 1.00 aan blijven. We gaan naar onze kamer en kaarten bij kaarslicht tot 00.00 uur. Dan is het zover en we wensen elkaar onder een prachtige sterrenhemel en zonder geknal om ons heen een Gelukkig Nieuwjaar. In de verte horen we toch nog een knal van een rotje en... wat tromgeroffel. De rustigste jaarwisseling van ons leven.
De volgende dag luieren en lezen we wat en kijken van onder bomen uit op het prachtige dieper gelegen meer met daarin diverse krokodillen.
Om 15.30 uur gaan we met zijn vieren onder begeleiding van een gids het park in en maken een wandeling. We zien verschillende soorten apen, olifanten krokodillen, veel herten, antilopen en waterbokken en prachtige vogels. De rondleiding duurt twee uur en eindigt rond 18.00 uur. Erik en ik spreken met de gids af dat we de volgende morgen om 07.00 uur weer een rondleiding maken. De volgende dag is de rondleiding weer schitterend. De ochtend brengt een aparte sfeer mee in de natuur. Het gebied blijkt veel natte moerasachtige stukken te hebben waar veel dieren (ook krokodillen) in bivakkeren. Als we terug zijn zien we van boven uit de hotelkamers vier olifanten spelen in het meer.
In de middag huren we vier fietsen. Ondanks dat we ze vooraf hebben besproken moeten we er toch ruim een uur op wachten. Iedereen gaat zich er op het laatst mee bemoeien. Uiteindelijk komen de fietsen er dan. We fietsen naar Larabanga. Daar bezoeken we de Moskee en de Heilige Steen. We worden in het dorpje vergezeld door een horde kleine kinderen. Helaas is er s'avonds in het hotel weer geen stroom en prutsen we weer met kaarsen en pakken onze koffers in. Aan de horizon zien we diverse bosbranden.
Bij het afrekenen van het hotel blijkt dit een heel project te moeten zijn. We doen er ruim een uur over. In Europa hebben ze klokken maar in Afrika hebben ze de tijd! Ik betaal met de visakaart.
Het hotel Mole blijkt eigenlijk tegen te vallen We hebben nauwelijks of geen elektra gehad, De keuken heeft een kleine keus en is traag. Het zwembad is te vies om in te zwemmen.
Op 3 januari gaan we om 05.00 uur uit bed pakken alles bij kaarslicht bij elkaar en stappen in de OAS-bus richting Kumasi. We stappen halverwege over in een trotro.
De trotro (Huynday Grace) wordt volgeladen met 22 personen waarvan vier kinderen. Het dak wordt volgepropt met manden, emmers, kippen enz. Ook worden er nog twee jongens boven op de imperial vervoerd. De rit duurt 5,5 uur. We zitten opgevouwen. In de trotro heb ik uitzicht op een jengelend kind. De moeder probeert het kind al zogend stil te krijgen. Tijdens de rit hoor ik kippen kakelen van onder de banken. Achter voor links en rechts voel ik zweet van mezelf en mijn buren. Waarom doen we dit eigenlijk? Kan het ook anders? Nee, er is eigenlijk geen goed alternatief. Huren van een auto is moeilijk maar ook veel te risicovol. Treinen zijn er niet of nauwelijks of ze staan stil. Lange ritten maken per taxi is ook niet alles. Reizen in Afrika is zoals vandaag. Afzien en verstand op nul is de remedie.
Om 14.00 uur komen we aan in Techiman. Daar drinken en eten we wat en bellen naar ons logeeradres en reisdoel Heidi en Abdul woonachtig en werkzaam het plaatselijke hospitaal. Abdul haalt ons op. Hij is afkomstig uit Siërra Leoni, heeft ook in Nederland gestudeerd en is getrouwd met Heidi die als Memisa-arts in het ziekenhuis in Nkoranza werkt. De twee blijken heel aardige en interessante mensen te zijn die ons zeer gastvrij ontvangen. We gebruiken s'avonds gezamenlijk de maaltijd met daarbij gebakken plantain en als toetje ananas.
Op 4 januari gaan we samen met Abdul naar een park op 15 km afstand van het ziekenhuis. Op de hobbelweg erheen worden we aangehouden door een politieman die ons een kerstbijdrage vraagt (4 jan!). Abdul zegt wat bedoel je? Ik begrijp je niet. De politieman moet nu wel wat duidelijker worden en laat ons dan maar gaan.
In het park zijn prachtige tropische bomen te zien waaronder reusachtige exemplaren met imposante luchtwortels waarin je je kan verbergen. Tevens zijn er een paar (heilige) apenkolonies (Monas- en Colobusapen). Schitterend allemaal.
Als ik s'avonds alleen in het dorpje rondloop word ik door een vriendelijke jongeman uitgenodigd bij een ceremonie. De jongen zegt mij dat het 40 dagen geleden is dat zijn vader is overleden. Vandaag wordt dat in een feestelijke/luidruchtige ambiance herdacht.
Bij een gesprekje met de tuinman van Abdul zegt de tuinman mij dat hij vijf nieuwe krukjes bij de tuintafel heeft gemaakt. Hij heeft voor het hout 50.000 cedis betaald. Voor het zagen en in elkaar zetten heeft hij totaal 25.000 cedis ontvangen. Hij is daar erg blij mee. De vijf krukjes hebben dus in totaal 75.000 cedis gekost. Dat is ongeveer 25 gulden. Onbegrijpelijk.
s'Middags lezen we wat, maken een mail voor het thuisfront en werken de "administratie" bij. Jettie bezoekt het ziekenhuis en wordt daar door Heidi rondgeleid. s'Avonds mailen we en bellen we naar Nederland vanuit het ziekenhuis.
Kenmerkende dingen:
* Nergens ramen in huizen. Wel zijn er in de betere huizen gaas (tegen de muggen) en een soort kunststoflamellen als afscheiding.
* Voor het eerst in ons leven lopen we elke dag en gedurende een maand lang in sandalen en zonder sokken.
* Overal zwerfplastic. Waarom gooien ze dat zo maar op straat? Waarom staan er nergens vuilnisbakken? De kippen, varkens, schapen en geiten ruimen veel straatvuil op. Ze scharrelen ook in riolen rond.
* Mannen of jongens spreek je aan met Sir of Brother. Vrouwen of meisjes spreek je aan met Mom, Madame of Sister.
* Vanwege hygiëne pak en geef je alles met je rechterhand (let daar goed op!). Ook eten doe je alleen met je rechterhand (ook al ben je links).
* Mannen en vrouwen kauwen urenlang op kleine houten stokjes. Die versplinteren dan en het houtsap schoont de tanden. Ook is dit goed voor de lichaamskracht en de seksuele potentie zegt men.
* Er is veel bijgeloof. Er zijn veel voodoo en jujuverhalen in omloop. Ook veel intelligente, belezen mensen geloven in voodoo.
* Vriendelijkheid en hartelijkheid. Eerst even babbelen en dan pas zaken doen.
* Olie- en uitlaatgeuren in de stad. Overal bakluchtjes vermengd met de geuren van houtskoolvuurtjes.
* Overal handel bij luidruchtige Afrikaanse muziek. Mensen zijn de gehele dag bezig met hun primaire levensbehoeften.
* Lege plastic waterflessen zijn erg gewild.
* Verkopers van oude plastic draagtassen! Kinderen in het noorden van Ghana zijn heel blij als we onze rietjes van de cola aan hen geven. Ze zeggen dan "Thank you very much obroni".
* Veel scharrelende geiten en kippen en varkens op de erven en in riolen. Ik moet er nogal eens aan denken als ik kip of ei eet.
* Oude taxi's waar bijna alles aan kapot is. Altijd wel een ster of meerdere barsten en sterren in de voorruit en de spiegels. Deuren van taxi's sluiten meestal niet goed. Ramen kunnen vaak niet meer open of dicht. Stoelen zitten soms los en de uitlaat lijkt af en toe naar binnen uit te monden. Schokdempers zijn ook nog al eens stuk.
Op vrijdagmorgen 5 januari worden we door Abdul naar Kumasi gebracht. Dat scheelt ons een trotrorit van 2,5 uur. Vervolgens nemen we de STC-bus naar Accra. De reis gaat voorspoedig. De bus is bij uitzondering niet overladen.
Net voor de uitstap bij het STC-station in Accra denk ik dat bij het uitstappen van enkele passagiers onze grote koffer buiten is blijven staan. Ik laat de bus stoppen! Iedereen lacht, want een koffer, daar kan niets mee gebeuren. Inderdaad ik heb me vergist.
We komen om 20.00 uur in Accra aan en gaan weer naar ons allereerste hotel C'est Ci Bon. We eten bij een restaurantje in de buurt (Slyfox).
De volgende dag zaterdag 6 januari slenteren we wat op de markt en bij kunstenaarscentra in Accra. We proberen geld te pinnen of travellerscheques te wisselen maar dat lukt ons ook hier moeilijk. We eten in een mondain restaurant met veel blanken.
Op 7 januari halen we onze spullen op bij VSO. Mijn jas zit helaas onder een dikke laag witte waterverf. We laten de jas uitwassen in het hotel. Al lopende door de stad horen we veel uitbundige kerkdiensten. Ghanezen zijn zeer religieus.
Vandaag is de inhuldiging van de nieuwe president Kufuor. Hij volgt Rawlings op, die 20 jaar aan de macht is geweest. De verkiezingen en de overdracht zijn rustig verlopen. De meeste Ghanezen zijn blij en opgetogen over de machtswisseling en laten dat vandaag luidruchtig weten. We horen en zien veel toeterende en vlaggende taxi's.
We gaan de hele dag naar het strand in Accra. Als entree voor het strand moeten we per persoon 5.000 cedis betalen. Het is er gezellig druk en er zijn strandartiesten. Ook blijken er op het strand Ghanese prostituees te zijn die het op alleenstaande blanke mannen hebben voorzien.
Er is geen wind maar er zijn toch hoge golven en een gevaarlijke sterke branding. Je moet heel goed uitkijken en zeker niet ver gaan. Je moet de grond blijven voelen. Er zijn ook veel Ghanezen in het water. Ze gaan niet verder dan tot hun middel in het water. Er zijn er maar een paar die kunnen zwemmen. Ik krijg applaus als ik op mijn rug zwem en daarbij mijn tenen boven water hou.
s'Avonds eten we in een Chinees restaurant aan een heel mondaine westerse straat. Op de heenreis blijkt de taxichauffeur de weg er naar toe niet te kennen. Gelukkig weten Erik en Mariska hoe hij moet rijden. Als we terug rijden en aankomen bij het hotel blijkt de stroom in de hele straat uitgevallen te zijn en moeten we ons wederom behelpen met kaarsen waar we ook nog eens drie kwartier op moesten wachten.
Op de laatste dag, maandag 8 januari, gaan we eerst westers eten bij Frankies (te decadent vinden we, dus niet weer) en doen we souvenir inkopen op de kunstmarkt. Daarna pakken we de koffers in en eten bij Slyfox vlakbij het hotel. Om 18.00 uur nemen we een taxi naar het vliegtuig. Daar blijken Erik en Mariska maar een klein stukje mee te mogen lopen. We vinden dit allemaal niet leuk. De waterlanders vloeien of dreigen te vloeien. Het afscheid is noodgedwongen heel erg kort.
Bij de incheckbalie horen we dat we tot 22.45 uur moeten wachten.
Bij de paspoortcontrole vraagt men plotseling weer naar onze reis naar Burkina Faso! Dat had niet gemogen. Hoe komen we aan de nieuwe stempels met het nieuwe Ghanavisum? Ik zeg dat we die bij de grens hebben gekregen. Men vraagt of we daarvoor betaald hebben en zo ja hoeveel. Ik zeg dat ik dat niet meer weet omdat mijn dochter betaald heeft. Heeft u een betaalbewijs? Nee die heb ik natuurlijk niet. Er wordt een superieur bij gehaald die iets mompelt (waarschijnlijk zoiets als, die corrupte grensbeambten weer). Het lijkt met een sisser af te lopen. Voortaan een betaalbewijs vragen wordt ons toegebeten als we de paspoorten terug krijgen.
We gaan in de wachtruimte rustig zitten en wachten. Ik doodt de tijd door weemoedig terug te denken aan de reis en het moeilijke afscheid. Ik pieker over keuzen in je leven. Waarom zijn sommige dingen nodig, is dit allemaal nuttig?
Jettie en ik zijn nu heel dicht bij elkaar en praten over allerlei dingen. Erik en Mariska kunnen elkaar gelukkig goed aanvullen is onze conclusie. Dat geeft ons vertrouwen en rust op momenten dat we alleen de moeilijke en ook risicovolle dingen van het Ghana-avontuur van onze kinderen voor de geest krijgen.
Om 23.30 uur stijgen we op vanuit Accra. We moeten op Gatwick vervolgens nog drie uur wachten op een verbinding met Schiphol. Patrick en Dominique wachten ons daar op. We zijn blij hen te zien en weer thuis te zijn. Thuisgekomen blijkt dat er gepoogd is (waar?) het slot van onze koffer te forceren. Het is gelukkig niet gelukt.
Waarom:
* Zie ik zoveel mannen wildplassen en soms zelfs vrouwen die dat staande doen.
* Gebruiken ze in Ghana zakdoeken, maar niet om hun neus te snuiten. Wordt er door mannen en ook vrouwen vaak gespuwd op straat.
* Worden vrouwen en jonge meisjes zo weinig gerespecteerd en waarom denken mannen dat ze alles beter weten en kunnen dan vrouwen.
* Is er geen wegenbelasting. Met de opbrengst daarvan zouden de wegen kunnen worden opgeknapt.
* Zie ik bijna nergens verkeersborden.
* Is er alleen op papier een soort van APK-keuring.
* Zijn Ghanezen zo zwaar religieus en daarbij ook zo bijgelovig.
* Houden Ghanezen geen siësta.
* Zijn deuren in de hotelkamers vaak raar opgehangen en sluiten zij daardoor dan ook niet of slecht.
* Zijn er vaak geen spiegels in de badkamer van hotelkamers en hangen de wasbakken in de hotelkamers meestal iets boven kniehoogte en vaak ook nog scheef.
* Zijn er naast de wegen en trottoirs vervaarlijke open riolen waar je met je wiel in kunt komen of met je been in kan stappen.
Bedankt Mariska en Erik voor de onvergetelijke, unieke en gezellige reis en alles wat we samen hebben gedaan en beleefd.
We zijn trots op jullie!
Hein, mede namens Jettie
januari 2001
|